Wanneer is de eerste Elfstedentocht gereden?

Op 2 januari 1909 werd de eerste officiële elfstedentocht gehouden. Daarvoor schaatste men ook wel de tocht langs elf Friese steden, maar er was toen nog geen sprake van een georganiseerde wedstrijd. Er is een bron uit 1785 waarin staat: ‘Het is ook meer als eens gebeurd, dat goede schaatseryders op eene winterse dag alle de XI Steden van Friesland doorgereden en gezien hebben’.
Een bekende Friese sportman, Pim Mulier uit Witmarsum, had de tocht in zijn jeugd ook wel eens gereden. Hij opperde in december 1908 om een officiële Elfstedentocht te organiseren. Het was erg koud en het ijs stond dik op de Friese meren. Er verschenen 23 rijders aan de start, maar 9 schaatsers reden de tocht uit. Winnaar was Minne Hoekstra, de zoon van een schaatsenfabrikant uit Warga. Hij schreef later een boekje over deze tocht.
Op de foto is de finish van de Elfstedentocht in 1941 te zien.
Wie zijn de Driekoningen?

Op 6 januari wordt het driekoningenfeest gevierd. Veel mensen hebben naast een kerstboom ook een kerststalletje. In de kerstnacht leggen ze het kindje Jezus in de kribbe. Op Driekoningen, 6 januari, komen daar de Driekoningen met hun kamelen en gevolg bij. Met Driekoningen wordt de kersttijd afgesloten. Of het koningen of wijzen waren, weten wij niet. In de Bijbel staat dat wijzen uit het oosten Jezus in Bethlehem kwamen bezoeken. In een ander Bijbelboek staat dat het koningen waren.
Volgens het verhaal trokken deze drie koningen vanuit het oosten naar Jeruzalem omdat zij een ster hadden gezien. Dat betekende dat de ware koning van de Joden was geboren, de Messias. Maar de man die toen de koning van de Joden was, Herodes, hoorde ervan en riep de wijzen bij zich. Hij probeerde ze over te halen om hem te vertellen waar Jezus geboren was, want hij wilde hem vermoorden. Toen de wijzen niet terugkwamen om hem te vertellen waar dat was vermoordde Herodes alle jongetjes onder de twee jaar.
Waarom eten wij oliebollen?
Bij Oud en Nieuw horen oliebollen. Tot in de twintigste eeuw moest je in de kersttijd (21 december t/m 6 januari) mensen die bij je aan de deur kwamen om je een gelukkig Nieuwjaar te wensen, iets te eten geven. En dan het liefst iets dat een lekkere bodem in hun maag legde. Oliebollen waren hiervoor heel geschikt, want alle ingrediënten die in oliebollen zitten, waren te krijgen in de winter en bleven goed. Oliebollen kun je gemakkelijk in grote hoeveelheden bakken en uitdelen.Oliebollen worden al in de oudste Nederlandse kookboeken genoemd. Ze heten dan nog oliekoeken, want mensen kookten in die tijd nog op een open vuur en daar kan geen pan met olie op heet worden. Met de komst van de fornuizen in de negentiende eeuw ging men de oliekoeken in ruim olie bakken en worden het oliebollen.
Waarom schieten wij vuurwerk af op oud en nieuw?

Wij schieten vuurwerk af om het oude jaar weg te schieten en het nieuwe jaar te verwelkomen.
Vuurwerk is al heel oud. Waarschijnlijk werd het voor het eerst gebruikt in Bangladesh door de Bengalen. Vandaar dat wij nu nog spreken van Bengaals vuurwerk. Maar het waren de Chinezen die vuurwerk bekend maakten aan het begin van onze jaartelling, dus zo'n 2000 jaar geleden. De Chinezen gebruikten vuurwerk om de boze geesten weg te jagen, om signalen af te geven en in het leger.
In Nederland is vuurwerk vooral bekend geworden door het vuurwerk dat werd afgestoken bij de kroning van Koningin Wilhelmina in 1898. Iedereen sprak er nog lang over. Na de Tweede Wereldoorlog werd het gebruikelijk dat mensen om middennacht vuurwerk afsteken.
Sinds wanneer zetten wij een kerstboom?

Bij Kerstmis hoort een kerstboom met daarin kerstversieringen, zoals natuurlijk de kerstballen. Het gebruik van de kerstboom komt uit Duitsland. In de negentiende eeuw maakten de Nederlanders voor het eerst kennis met een versierde kerstboom.
Duitse vorsten zetten in het begin van de achttiende eeuw al kerstbomen in huis met mooie waskaarsen. De Duitse keizersfamilie nam die gewoonte in het begin van de negentiende eeuw over. De koningskinderen die werden uitgehuwelijkt namen de gewoonte mee en zo werd het ook in Engeland en Nederland gebruikelijk om met kerstmis een versierde boom in huis te zetten.
Wat vieren wij met Kerstmis?

Met Kerstmis vieren wij de geboorte van Christus. Kerstmis betekent: 'Christusmis'. Christus is waarschijnlijk niet op 25 december in het jaar nul geboren. Wetenschappers buigen zich al eeuwen over de vraag wat de precieze geboortedatum van Christus is. De vroege christenen wisten het ook niet en hebben zijn geboorte op allerlei data gevierd. Tot Paus Julius I (337 tot 352) de knoop doorhakte en bepaalde dat 'Jezus is geboren op 25 december'.
Tussen 21 december en 6 januari wordt ook de midwinterperiode gevierd. Vroeger was dit een tijd waar iedereen zich heel erg op verheugde, want de winter was zwaar. Weinig eten, veel kou en alles donker. Om hun voorraad niet te snel op te maken, waren mensen heel zuinig met eten, brandstof en licht. Op 21 december hadden ze daarom al een tijd flink gevast. Om even op krachten te komen mochten ze in de midwinterperiode even bijtanken. Lekker veel eten en drinken, licht en warmte. En mensen die te weinig hadden, mochten langs de deur gaan om gelukkig Kerstmis te wensen of een kerstlied te zingen en daarvoor eten te krijgen.
Sinds wanneer zetten wij onze schoen?

In Nederland wordt al vanaf de vijftiende eeuw de schoen gezet. Eerst gebeurde dat in de kerk en was de opbrengst voor de armen. Toen Sinterklaas later een familiefeest werd, zetten kinderen hun schoen in de kamer bij de schoorsteen.
Uit oude documenten blijkt dat vanaf 1427 in de Sint Nicolaaskerk in Utrecht schoenen werden gezet op 5 december, sinterklaasavond. Rijke Utrechters legden wat in de schoenen en de opbrengst werd verdeeld onder de armen op 6 december, de officiële dag van de Heilige Nicolaas. Ook nu wordt in Nederland de schoen op sinterklaasavond gezet en op 6 december geleegd.
Welke vertelde dat Sinterklaas uit Spanje komt?

Sinterklaas kwam voor het eerst uit Spanje in 1851. Een Amsterdamse onderwijzer - Jan Schenkman - schreef toen een boekje getiteld Sint Nicolaas en zijn knecht, waarin Sinterklaas met een stoomboot uit Spanje komt. Het boekje werd, ook vanwege de mooie plaatjes, vaak herdrukt.
Schenkman was zeer geïnteresseerd in nieuwe uitvindingen, zoals de stoommachine. Ook wist hij veel van de geschiedenis van de Gouden Eeuw. Daarom liet hij Sinterklaas uit Spanje komen met een voor die tijd heel moderne boot: een stoomboot. Nu is een stoomboot heel ouderwets, maar rond 1850 was het iets heel nieuws. Als er een stoomboot in de haven kwam, liepen de mensen uit om te kijken. In de negentiende en eerste helft twintigste eeuw kwam Sinterklaas met allerlei nieuwigheden. Zo reisde hij als één van de eersten met de trein, een ballon en de auto.
Waar is Sint Nicolaas geboren?

Waarschijnlijk is Sint Nicolaas in de derde eeuw geboren in de buurt van de stad Demre, in het zuiden van Turkije. Vroeger heette deze stad Myra en behoorde tot Griekenland.
Op negentienjarige leeftijd werd Nicolaas tot priester gewijd. Later volgde hij zijn oom op als bisschop van Myra. De kerk waar Sint Nicolaas woonde, bestaat nog steeds. Sint Nicolaas was beroemd omdat hij mensen hielp.
Eigenlijk komt Sinterklaas dus helemaal niet uit Spanje, maar uit wat nu de zuidkust van Turkije is.
Wat vieren wij met Sint Maarten?

Op 11 november wordt de begrafenis van de heilige Martinus gevierd. Martinus leefde in de vierde eeuw na Christus. In de vijfde eeuw werd hij heilig verklaard. Al vrij snel na zijn overlijden in 397 zou het bedelfeest zijn ontstaan, zoals we dat nu nog kennen. Met Sint Maarten gaan vooral kinderen met lichtjes langs de deuren. Ze zingen een lied en krijgen daarvoor iets lekkers. In de negentiende eeuw gingen ook volwassenen langs de deur. Brandstof en eten waren de opbrengsten van deze bedeltochten.
Het was een manier voor arme mensen om door de moeilijke winterperiode te komen. De kinderen die langs de deuren gaan met Sint Maarten zingen:
'Sint Maarten, Sint Maarten,
de koeien hebben staarten,
hier woont een rijke man die veel geven kan,
veel zal hij geven,
zalig zal hij leven.'
Hoe luidt het verhaal van Sint Maarten?

Maarten of Martinus werd geboren in Hongarije in de vierde eeuw na Christus. Zijn vader was soldaat en het was toen de gewoonte dat de zoon hetzelfde ging doen als zijn vader.
Als soldaat in het Romeinse leger belandde hij in Frankrijk. Volgens Sulpicius Severus, die het leven van Sint Maarten beschreef, ontmoette deze een bedelaar, vlak voor de poorten van de stad Amiens. Martinus zag de naakte bedelaar, sneed zijn mantel in tweeën en gaf een deel aan de verkleumde man. Later zou de bedelaar in de gedaante van Christus in zijn droom verschijnen.
Na deze droom wilde Martinus geen soldaat meer zijn en werd hij de stichter van vele kloosters in Frankrijk. In 372 werd Martinus gewijd tot bisschop van Tours en in die stad is hij ook begraven op 11 november 397, de huidige feestdag. In Tours bevindt zich ook het graf van de heilige Martinus.
Martinus was een bijzondere man, over wie veel bijzondere verhalen te vertellen zijn. Zo weten wij door Severus dat hij een hekel had aan tandenpoetsen en zichzelf wassen. Hij liet boeren en winden en haalde ook streken uit. Daarom was hij bij het volk wel geliefd, maar niet bij de andere bisschoppen.
Wie stelde de zomer- en wintertijd in?

De zomertijd wordt altijd in de laatste nacht van zaterdag op zondag in maart ingesteld. De wintertijd begint altijd in het laatste weekend van oktober. De klok wordt in maart een uur vooruit gezet. Van twee uur naar drie uur. Dat uur bestaat dus niet. In de winter gaat de klok een uur achteruit. Dat uur bestaat dus twee keer.
Het is te onthouden met dit ezelsbruggetje: In het VOORjaar gaat de klok VOORuit.
Wij laten sinds 1980 in het laatste weekend van maart en oktober de tijd verspringen.
Nederland kent sinds 1916 de zomertijd. Na de Tweede Wereldoorlog is dat gebruik weer afgeschaft. In 1977 met de energiecrisis is de aparte tijd in de zomer en winter weer ingesteld. Men kon dan meer profiteren van het licht en dat spaarde energie.
William Willett, een aannemer uit Londen, heeft het systeem van zomer- en wintertijd bedacht. In 1907 schreef hij een pamflet waarin stond: ‘Gedurende de helft van het jaar schijnt de zon al een paar uur als wij liggen te slapen en gaat zij al onder als wij thuiskomen van ons werk. Waarom zetten wij de klok in die periode niet vooruit.’ Willett had berekend dat het land op die manier heel veel elektriciteit zou kunnen besparen. In zijn tijd moesten de mensen erg lachen om zijn idee.
Aan wie denken we op Allerzielen?

Bij Allerzielen denken we aan de overleden dierbaren en wordt er voor hen gebeden. Vroeger dacht men dat je in de hemel kwam als je een goed mens was en in de hel als je slecht was geweest. Als je maar een beetje slecht geleefd had, kwam je in het vagevuur en als de mensen dan een gebed voor je opzegden mocht je toch nog naar de hemel.
Allerzielen valt tegenwoordig op 2 november. Er wordt niet alleen gebeden voor de overledenen, maar de mensen gaan ook naar het kerkhof en zetten daar gewijde kaarsen en witte bloemen - vaak chrysanten - op de graven. Soms worden er ook speciale 'zielenkoeken' met Allerzielen gegeten.
Waarom vieren kinderen Halloween?

Op 31 oktober is het Halloween, een griezelfeest. Kinderen gaan dan verkleed als spook of heks langs de deuren met een pompoen. Ze laten de bewoners kiezen tussen geplaagd worden of snoep geven. Meestal geven de bewoners dan snoepjes. Halloween kwam vanuit de Verenigde Staten naar Nederland. Mensen die vanuit Engeland, Schotland en Ierland naar de Verenigde Staten verhuisd waren, namen het feest mee.
Vanaf de jaren tachtig van de vorige eeuw wordt Halloween ook in Nederland gevierd. Kinderen gaan op deze dag langs de deuren op zoek naar snoep. Ook worden er Halloweenfeesten gegeven.
Waarom vieren wij dierendag?

Werelddierendag wordt gevierd op 4 oktober. Dat is de sterfdatum van de middeleeuwse heilige en dierenvriend Franciscus van Assisi (1182-1226). Franciscus is de stichter van de orde der Franciscanen en hield zoveel van dieren dat hij ze met `broeder’ of `zuster’ aansprak.
In 1929 werd besloten een werelddierendag in te stellen om de slechte behandeling van dieren aan de kaak te stellen.
In die tijd ging men veel ruwer met dieren om dan tegenwoordig. Zo werden honden gebruikt om een kar te trekken of een molen aan het draaien te houden. Ook waren hanengevechten populair.
Het doel van deze dag was om mensen bewust te maken dat dieren ook levende wezens zijn en gevoel hebben. Vanaf 1960 is dierendag ook een campagnedag van de dierenbescherming. Overal zijn er kleine evenementen.
Wat is Prinsjesdag?

Op Prinsjesdag leest de Koningin de troonrede voor in een speciale bijeenkomst van de Eerste en Tweede Kamer. Dat gebeurde voor het eerst op 2 mei 1814. In de troonrede wordt uitgelegd wat de regering wil gaan doen in het komende jaar. Ook wordt de begroting gepresenteerd. Vanaf 1983 is Prinsjesdag tevens de opening van het nieuwe parlementaire jaar.
In 1980 las koningin Beatrix voor de eerste maal de troonrede voor. In 1987 was het onzeker of zij de troonrede kon voorlezen. Zij was namelijk tijdens haar vakantie getroffen door een hersenvliesontsteking. Maar ze was op tijd hersteld.
Waar komt de naam Prinsjesdag vandaan?

De naam Prinsjesdag werd vroeger gebruikt voor de verjaardag van Stadhouder Willem V (1748-1806) op 8 maart. In de tijd van de Patriotten was Prinsjesdag één van de populairste volksfeesten. Het was een manier om te laten zien dat men Prinsgezind was. Het was een soort verzetsdaad tegen de Franse overheersers. In de negentiende eeuw werd de opening van het parlementaire jaar Prinsjesdag genoemd, omdat Koning Willem I met zijn zoons te paard daar naar toe kwam.
Prinsjesdag is niet altijd op de derde dinsdag van september geweest. In de negentiende eeuw was het op de eerste maandag in november en later op de derde maandag in oktober.
In 1848 werd ingevoerd dat men voortaan per jaar ging werken met een begroting. Om meer tijd te hebben, is het begin van het parlementair jaar toen vervroegd naar de derde maandag in september. In 1887 werd Prinsjesdag verplaatst naar dinsdag. Kamerleden uit verre gebieden hoefden dan niet meer op zondag naar Den Haag af te reizen.