Wat is de oudste Nederlandse mop?
Moppen gingen in de Middeleeuwen vooral over poep, pies, scheten en seks, maar de oudste Nederlandse mop is heel netjes. De oudste Nederlandse mop dateert van circa 1180 en is geschreven door Hendrik van Veldeke. Hij staat in de Servaaslegende.
Op een dag liet de keizer zeer kundige goudsmeden ontbieden. Hij was zeer vriendelijk voor hen en nam ze aan zijn hof op. Daar onthulde hij de opdracht: hij wilde dat ze een gouden borstbeeld zouden maken van de heilige Sint Servaas. De smeden namen deze klus graag aan! Het goud werd afgewogen en de mannen gingen aan het werk. Van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat werkten ze aan het beeld, waarbij Sint Servaas hen behulpzaam was.
Op een mooie dag was het beeld af. Het was prachtig: neus, mond en keel waren perfect, alleen de ogen, die van edelstenen waren gemaakt, stonden scheef. Verbaasd bekeken de smeden de stenen. Zou de ene steen groter zijn dan de andere? Zou dat de reden zijn dat de ogen scheel keken? De mannen konden niets vreemds ontdekken en zetten de edelstenen terug. Maar het mocht niet baten, het ene oog keek omhoog, het andere naar beneden. Nu begonnen de smeden toch wel wat bang te worden. Maar ze konden er niks aan doen; het was zonneklaar dat Sint Servaas tijdens zijn aardse leven scheel was geweest.
Maar o wee, toen de keizer het borstbeeld zag liet hij de mannen direct boeien en in de diepste kerker opsluiten. Die nacht verscheen Sint Servaas in een droom aan de keizer. Vriendelijk sprak de heilige: ‘Majesteit, je moet die arme goudsmeden niet langer kwellen! Zij hoeven toch geen boete te doen voor mij? Kijk me aan en zie hoe scheel ik ben. Daarom is het borstbeeld – naar mijn gelijkenis – ook scheel.’
Toen de koning wakker werd en besefte wat hij in zijn droom had gehoord, liet hij de smeden uit de kerker halen. Hij stelde hen op royale wijze schadeloos en overlaadde hen met de prachtigste geschenken, zodat ze blij en opgelucht van het hof vertrokken.
Borstbeeld van Sint Servaas

Wat betekent 'ben je belazerd'?

Het gezegde 'Ben je belazerd!' komt van een ziekte: lepra of melaatsheid, ook wel lazarus-ziekte genoemd. De gedachte er achter is dat men dacht dat Lazarus, de man die door Jezus uit de dood werd opgewekt, de lazarus-ziekte had. Lazarus was één van Jezus volgelingen en had al drie dagen in zijn graf gelegen totdat Jezus hem weer tot leven wekte. Ben je belazerd betekent: ´ben je aangetast door lepra´ en ook ´ben je bedonderd´. Iemand belazeren betekent: iemand bedonderen.
Sinds wanneer bestaan straatnaambordjes?
Sinds mensen vast in huizen wonen, moet je kunnen vertellen waar iemand woont. Als gemeenschappen groter worden, dan gaat men de plek waar een huis staat een naam geven. In de Middeleeuwen gingen mensen die beschrijvingen steeds korter maken. De straatnamen uit die tijd houden dan ook vaak verband met de omgeving. Bijvoorbeeld de Vismarkt, de Zakkedragerssteeg, Achter de kerk, Kerkstraat, Schoolstraat, of Langestraat (een lange straat), Nieuwstraat (de nieuwe straat). De oudste straatnamen dateren uit de twaalfde eeuw.
Pas in 1851 is in de Gemeentewet vastgesteld dat straatnamen officieel moeten worden vastgelegd. Vanaf die tijd worden er ook bordjes geplaatst. Straatnamen werden een onderdeel van de gemeentelijke administratie. Belangrijk voor politie, brandweer, ziekenwagen.
In de negentiende eeuw groeit de bevolking snel en is er door de industrialisatie ook een trek van het platteland naar de stad. Hierdoor moeten er hele nieuwe wijken worden aangelegd. Omdat in zo’n nieuwe wijk de straten allemaal een naam moeten hebben, is bedacht om ze allemaal een zelfde soort naam te geven: vogels, bloemen, dichters.
Waarom komen krantenjongens Nieuwjaar wensen?
Op oudejaarsdag en op nieuwjaarsdag gingen mensen vroeger langs de deur om een goed nieuwjaar te wensen. Dat deden ze ook om wat te eten en te drinken te krijgen. Bij boeren bleven de vrouwen thuis en gingen de mannen overal langs om Nieuwjaar te wensen. In de achttiende eeuw werd het verboden om langs de deur te bedelen. Daarom gingen arme mensen langs de deur om nieuwjaarswensen af te geven en daarvoor geld te krijgen. De krantenjongens doen dat nu nog.
Waar komt de hond in de pot vinden vandaan?

De hond at vroeger mee uit de pot van het voedsel voor mensen. Het spreekwoord De hond in de pot vinden verwijst daar nog naar. Pas in de negentiende eeuw werd er speciaal voedsel voor de hond bedacht door de Amerikaan James Spratt.
Als iemand tegen jou zegt dat je de hond in de pot vindt dan bedoelt hij dat je te laat bent en dat het eten op is.
Vanaf wanneer ergert men zich aan hondenpoep?

Men ging zich vanaf het einde van de negentiende eeuw steeds meer ergeren aan de stank van hondenpoep. Ook was men bang per ongeluk in een drol te stappen. Doordat steden hun straten gingen bestraten, werd de poep steeds beter zichtbaar.
Niet onbelangrijk is dat sinds de tweede helft van de twintigste eeuw bacteriën als de belangrijkste verspreiders van ziektes werden gezien. Men kreeg in de gaten dat vuile straten met uitwerpselen ziektes verspreidden.
Sinds die tijd ergeren we ons aan hondenpoep en zie je dat mensen van die bordjes ophangen met 'geen hondenpoep op mijn stoep!'
Is de Gouden Koets echt van goud?

De Gouden Koets waarmee de Koningin zich op Prinsjesdag naar de Ridderzaal begeeft, is niet van massief goud, maar van Javaans teakhout bekleed met bladgoud. De koets is gebouwd door de gebroeders Spijker. Amsterdamse weesmeisjes borduurden de banken met zijde. De koets wordt getrokken door acht paarden, een teken dat de Koningin erin zit.
De Gouden Koets was een geschenk van de inwoners van Amsterdam aan Wilhelmina ter gelegenheid van haar inhuldiging als Koningin in 1898.